Ontspullen

(pavlina) #1

je je presentatie schreef in de auto op weg naar de vergadering, en die dan
zonder enige voorbereiding opdreunde.’


Cantwell stond op, aaide haar cyperse kat Elvis en opende de kast om te
kijken wat het succes haar had opgeleverd. ‘Als je in de city werkt, koop je
continu nieuwe schoenen en handtasjes,’ vertelt ze. ‘Dat zijn beloningen voor al
dat harde werken. En omdat ik zo hard werkte, verdiende ik ze ook.’


Ze koos kleding uit die iets had van ‘pittig-maar-niet-te-sexy’. Met haar
blauwe ogen en blonde boblijn – ‘Ze ziet eruit als Gwyneth Paltrow,’ vindt haar
vriendin Katherine Tickle – probeerde Cantwell altijd om er niet te veel uit te
zien als een secretaresse. Ze combineerde een vlot grijs jurkje van het hippe
Australische merk Cue met een zwarte leren riem en zwarte, glimmende pumps
van het Britse modemerk Ted Baker en voegde daar nog design accessoires aan
toe: een lichtbruine Longchamp handtas en een Pradabril van schildpaddenschild
die, als ze die bewust en langzaam afzette tijdens een vergadering, haar hielp de
aandacht vast te houden.


Die ochtend deed ze lang over de weg naar de metro, kuierde ze langs de
victoriaanse huizen en het groene parklandschap van Highbury Fields. Bij het
station nam ze de lift naar beneden, onder de grond, naar de drukke zuidelijke
metrolijn. Bij Green Park stapte ze over, via een tunnel vol forensen, van de
Piccadilly naar de Jubilee Line.


De Jubilee Line gaat langs een van de belangrijkste financiële centra ter
wereld, en daardoor zie je op dat uur van de dag twee types mensen op deze lijn.
‘De bankiers en bedrijfsjuristen dragen blauw-wit-geruite overhemden, te brede
dassen en hebben hun iPods zo hard aan staan dat iedereen mee kan luisteren,’
herinnert Cantwell zich. ‘De secretaresses dragen designtassen en te veel make-
up, hebben hun nagels Frans gemanicuurd: natuurlijk tot aan het eind van de
vinger, en dan wit tot aan de scherpe uiteinden.’ Iedereen dromt samen op de
perrons, precies waar de metrodeuren open gaan.


‘Het doet heel agressief aan,’ herinnert Cantwell zich. ‘Iedereen loopt al op
een overdosis adrenaline. Het is alsof ze al op kantoor zijn.’


De meute waar Cantwell zichzelf in heeft geperst redde het niet om in de
eerstvolgende metrotrein te stappen. Toen de volgende metro het station krijsend
binnenkwam, drong iedereen weer naar voren. Ze wurmde zichzelf naar voren,
schoof met haar schoenen, schurkte met haar schouders tegen anderen en ging
verder – waarbij ze hoopte dat haar lichaam niet té intiem tegen degenen voor,
achter en naast haar zou drukken. Haar hoofd bevond zich zowat in een

Free download pdf